Ik voel het meteen bij binnenkomst. Ik voel me geraakt en ontroerd. Na de ontvangst van een gastvrouw, het doorlopen van twee checkpoints over gezondheid en legitimatie zit ik klaar voor mijn eerste prik. De vrouw aan wie mijn bovenarm wordt toevertrouwd is ‘op leeftijd’. Ik schat haar ergens in de zeventig. In mijn fantasie dicht ik haar veel ervaring toe.‘Het is vast een gepensioneerde verpleegkundige die in haar leven al velen prikken heeft gezet’ is een gedachte die me een gevoel van vertrouwen geeft. Voor ik het weet, is de prik gezet. En bij mij prikken de tranen achter mijn ogen. Eigenlijk wil ik huilen en de vrouw een knuffel geven. Maar het voelt wat belachelijk om mijn tranen nu de vrije loop te laten en de knuffel is al helemaal ‘not done’. Bovendien wil ik deze vrouw niet belasten met mijn emoties en storen in haar taak. Ik kies ervoor om haar hartelijk te bedanken en houd mijn emoties verder bij me.

Na de prik word ik doorverwezen naar een wachtruimte voor een nazorgkwartier. Ik neem plaats tussen andere vers gevaccineerden die vrijwel allemaal turend op hun telefoon de tijd afwachten. Er loopt een man met een geel hesje waakzaam rond. Hier zittend voel ik de emoties weer opkomen. Weer hou ik me in, om mijn tranen de vrije loop te laten. Nu vanwege de angst dat de patrouillerende nazorgmedewerker zich dan geroepen voelt in actie te moeten komen, terwijl er naar mijn gevoel geen zorg nodig is. En omdat ik bang ben dat de andere wachtende mensen het maar stom vinden, dat ik hier om huilen moet.

Het is een bijzonder moment waarin ik een verbondenheid voel met een groter collectief, maar dit ook zo alleen beleef. Net zoals velen hier samen komen, maar zich ook terugtrekken in hun digitale bubbel van hun smartphone. Eenmaal buiten bel ik mijn lief om het moment toch even te kunnen delen. Hem overkwam iets soortgelijks toen hij dit jaar in het stemlokaal zijn stem uitbracht bij de landelijke verkiezingen vertelt hij me. Hij kon in deze situatie goed voelen en ervaren onderdeel te zijn van een groter geheel. Is dat wat er met deze prik werd geraakt? Kwam mijn ontroering voort uit een gevoel van verbinding door deze collectieve samenkomst, waaraan het in de periode van lockdown had ontbroken? En was het hier voelbaar dat onze levens in eigen coronabubbles met deze vaccinatie werden doorgeprikt?

Het moment van het zetten van de prik door de vrouw, geeft mij associaties met mijn moeder. Een vrouw waarop je kan vertrouwen, die altijd een oplossing heeft en bij wie je weet en voelt dat het goed komt. Een vrouw die opgroeide in een naoorlogse generatie waarin je niet te lang stil moest staan bij gevoel en emotie en vooral door moest gaan. Knuffelen en emoties delen is niet iets wat ik vroeger makkelijk met haar deed en waarbij ik ook nu nog belemmeringen voel. Ondanks dat ik in mijn leven geleerd heb hoe fijn en waardevol knuffels zijn en hoe nodig het is om emoties te uiten, kan ik ‘mijn moeder’ nog tegenkomen in mijzelf en de taak voorrang geven.

De situatie in de wachtruimte zegt me iets over hoe moeilijk het kan zijn om emoties te delen in een collectief. De vaccinatielocatie is een werksysteem en in werksystemen wordt vaak geen ruimte gemaakt en genomen voor gevoelens en emoties. De gedachte dat emoties op deze plek, of in welk werksysteem dan ook, gek zouden zijn en dat mensen er op een bepaalde manier op zullen reageren is een fantasie die zich afspeelt in mijn hoofd. Ik weet natuurlijk niet wat er werkelijk zou zijn gebeurd. Misschien zouden mijn tranen niet zo schokkend zijn, misschien was er iemand uit zijn of haar digitale bubble gestapt, misschien was er daadwerkelijk een moment van verbinding geweest, misschien hadden we gezamenlijk kunnen huilen over het leed in deze coronatijd.

Dit alles doet me denken aan een samenwerking waarin ik de emoties die ik voelde niet daar op die plek deelde, maar bewaarde voor thuis. Het buiten het werksysteem emoties uiten voelde zo veel veiliger. Ik hoefde niet om te gaan met de angst over de reacties die het op zou roepen. Mijn vriend of mijn vriendinnen kregen dan te maken met de woede en de tranen. In mijn fantasie was het delen van mijn gevoelens in deze samenwerking niet welkom. ‘Mijn collega’s staan er niet voor open’, was een van mijn gedachtes. Of: “Ik maak het weer zwaar”. Er lag ook een realiteit ten grondslag aan deze fantasieën. Het bespreken van de ongemakkelijke gevoelens binnen deze samenwerking is niet iets wat we samen deden. We zagen het niet als onderdeel van onze rollen en taak om dit te doen. En als een van ons daar een initiatief toe nam werd het in mijn beleving door de anderen niet altijd welkom ontvangen. Maar dat betekende niet dat het onmogelijk of niet goed was om te doen. En ik realiseerde me ook dat het iets anders van mij vroeg om de juiste toon en manier te vinden waardoor het wel gehoord kon worden.

Op een moment dat het mij wel lukte om in deze samenwerking mijn gevoelens en gedachtes te delen op een manier die kon worden ontvangen bleek dit veel op te leveren. Het gaf niet alleen een gevoel van opluchting en ruimte in mezelf, maar ook een opening voor anderen om met hun gevoelens te komen. Het maakte iets van onze dynamieken inzichtelijk die tot dan toe alleen onbewust waren gebleven en het opende het gesprek daarover. Dat was prettig en eigenlijk ook heel nodig voor de samenwerking. De moeite van het delen nam ik al die tijd heel persoonlijk, maar bleek dus ook iets collectiefs.

Dat ik mijn tranen op deze vaccinatielocatie niet de vrije loop heb gelaten vind ik overigens prima. Ik kwam immers voor een andere prik en die is succesvol geraakt. En de tweede prik trouwens ook, zonder veel emotie.

One Comment