Samen met mijn vrouw stond ik op een uitkijkpunt in Bangkok met uitzicht over Lumphini park, een groene oase van rust te midden van kolkend heet beton. Overal stonden mensen met telefoons in de lucht, op zoek naar dat ene perfecte plaatje: zijzelf, op de rand van het paradijs, met de skyline in de verte en zonder iemand anders in beeld. Wat je op hun scherm zag, was exclusiviteit. Wat ik zag, was ergernis: toeristen die elkaar verdrongen, vermoeide gezichten en irritatie voor die paar seconden ogenschijnlijke eenzaamheid.
Ik was verbijsterd. Niet om het fenomeen zelf, want ik herkende mijzelf er namelijk ook wel een beetje in, maar om de intensiteit ervan. Het was alsof iedereen hier bezig was om de werkelijkheid te ontkennen. Alsof we wanhopig probeerden te doen alsof we alleen waren. In dat moment vroeg ik me af: waarom willen we zó graag iets laten zien wat niet echt is? Waarom proberen we de werkelijkheid te temmen tot een decor dat alleen past bij het beeld dat we willen dat anderen zien? En wat zegt dat over onze verhouding tot de ander?
De perfecte foto
Daar, bij dat uitkijkpunt, keek ik naar een jong stel waarvan de jongen herhaaldelijk foto’s van zijn vriendin maakte. Ze leken samen, maar hun aandacht was gericht op het scherm. Toen ze eindelijk de “perfecte” foto hadden, glimlachten ze kort naar elkaar, eigenlijk niet echt naar elkaar, maar naar het resultaat. Alsof het beeld belangrijker was geworden dan de beleving zelf. Dat moment voelde vooral leeg en vroeg ook om een beetje bezinning, want hoe vaak doe ik niet hetzelfde? Niet per se met selfies, maar ook met subtielere keuzes die we maken: dat perfecte overhemd, de zorgvuldig gekozen woorden, die bewuste stilte.
Een paar dagen later gingen we snorkelen. Vol verwachting, want er zou een schildpad zijn. En inderdaad, daar was hij dan: majestueus en langzaam glijdend door het water. Om me heen zag ik een menigte toeristen met fluorescerende zwemvesten en camera’s. Iedereen wilde hetzelfde beeld: een foto met de schildpad als bewijs van een ontmoeting met de natuur. Ze doken te dichtbij, raakten hem aan, juichten onder water. En ik dacht: heeft iemand de schildpad om toestemming gevraagd? Waar is zijn stem? Bij de organisaties die deze reis mogelijk maakten werd zijn stem in ieder geval niet gehoord. Zij functioneren vooral op de drang naar winst en worden geleid door geldstress, onwetendheid of misschien wel bewuste ontkenning. De schildpad, die deed zijn ding. Eten en ademhalen in een ritme waar de golven jaloers op zouden zijn. Maar keek je voorbij de schildpad, dan zag je afgestorven koraal. De kleuren die ooit fonkelden waren verbleekt tot een matte leegte. De leegte voelde als een weerspiegeling van ons collectief bewustzijn: leven dat is uitgeput door verlangen.
Angst voor leegte
Met de focus op ons onbewuste kun je zeggen, dat wat ik in Thailand zag en deed, niet zomaar gedrag is, maar een collectieve verdediging tegen iets wat moeilijk te verdragen is: de ervaring van leegte. Want de foto zonder toeristen is geen werkelijkheid, maar een constructie. Een poging om een innerlijke leegte te vullen met symbolisch bewijs van betekenis: kijk, ik besta, en mijn bestaan is zo bijzonder. De massa toeristen om je heen confronteert je juist met het tegenovergestelde: dat je één van velen bent en dat je onderdeel bent van een systeem dat groter is dan jij. We bouwen een façade, een illusie van onafhankelijkheid. Maar het is de façade die juist onze afhankelijkheid verraadt en we maken daarom geen foto voor onszelf, maar voor de blik van de ander.
Misschien is dat wel de kern van deze tijd: dat we druk bezig zijn onze behoeftes te vervullen om onszelf via perfecte plaatjes te tonen en dat we daarmee het zicht op ons werkelijke verlangen zijn verloren. En achter die behoefte schuilt iets fundamenteel menselijks, namelijk de angst om niet gezien te worden. De leegte die we kunnen voelen, te midden van andere mensen, is misschien niet het gevolg van een gebrek aan verbinding, maar van een overvloed aan façades. We zijn vergeten dat echte aanwezigheid niet gevangen kan worden in pixels, maar dat we pas echt bestaan in relatie tot elkaar.
Toen ik later mijn eigen foto’s bekeek, voelde ik de neiging om foto’s te croppen en vooral te filteren want ik had soms wel 25 foto’s van een en hetzelfde beeld. Maar ik besloot het niet te doen. Het waren foto’s met gezichten van onbekenden, met betonnen gebouwen, plastic zakjes en van een man die eenden voert. En natuurlijk van mijn vrouw en ikzelf, glimlachend en vermoeid maar ook van die ene keer dat ik de zee bijna niet meer uitkwam.
Het zijn geen perfecte foto’s. Maar het is werkelijkheid, soms rommelig, soms perfect maar vooral levend.

