Skip to main content

Er bestaan geen woestijnen meer

We kwamen elkaar spontaan tegen bij een boscafé op de Veluwe. Het zat er vol met wandelaars met modderschoenen aan houten tafels. Ik had een vrije dag, samen met mijn vriend en we besloten een lange wandeling te maken.

En daar zat hij. Mijn collega.

Een paar dagen eerder hadden we een conflict gehad. Niet explosief, maar schurend. Zo’n conflict dat zich ’s nachts opnieuw afspeelt in je hoofd, waarin zinnen zich blijven herhalen en net iets scherper worden dan ze bedoeld waren.

Ik begroette hem vriendelijk, misschien iets te vrolijk en iets te nadrukkelijk. Mogelijk wilde ik iets compenseren. Aan zijn gezicht zag ik dat de spanning er nog zat.

We namen plaats aan de enige vrije tafel. Pal achter hem. Onze ruggen bijna tegen elkaar.

Ik voelde een samentrekking in mijn buik.

Hoe door efficiëntie iets verloren kan gaan
Het conflict was begonnen tijdens onze tweejaarlijkse heidag. We zouden deze dag traditiegetrouw wandelend doen en een lange route lopen. Beweging om ruimte te maken voor reflectie. Maar op het laatste moment besloten we de dag te combineren met een aantal praktische taken en een kortere route elders te lopen. Het was een keuze gemaakt van uit praktische overwegingen en efficiëntie.

Dat kostte iets. We hadden over een aantal onderwerpen goed kunnen spreken, maar sommige zaken kwamen te vluchtig langs. Aan het einde van de dag kwamen er een paar beladen punten op tafel, maar er was geen tijd meer om ze uit te werken. Ze gingen onaf het weekend in.

In systeem-psychodynamische termen: we organiseerden onvoldoende holding: het creëren van een veilige psychische en relationele omgeving waarin moeilijke gevoelens, angsten en spanningen verdragen en verwerkt kunnen worden.

Wat niet door het systeem wordt vastgehouden, wordt gedragen door individuen.

En dat gebeurde. ‘s Nachts herkauwde ik het gesprek. Waar voelde ik me niet gezien? Waar dreigde mijn belang onder te sneeuwen?

Op maandagochtend troffen we elkaar weer. We hadden allebei nagedacht. En allebei iets opgebouwd. Ik reageerde emotioneel. Dat hielp niet. De spanning liep op.

Wanneer inhoud drager wordt
Conflicten op het werk gaan zelden alleen over de inhoud. Vanuit psychodynamisch perspectief botsen vaak onderliggende waarden, loyaliteiten en identiteiten. Wanneer dit niet expliciet wordt gemaakt, worden ze belichaamd. De ander kan dan, onbewust, de drager worden van wat jij tekortkomt. De emotionele lading wijst er vaak op dat er iets existentieels geraakt wordt: erkenning, invloed, plek.

En daar zaten we dan. Rug aan rug.

Er bestaan geen woestijnen meer
Het weekend na de wandeling las ik in de volkskrant een essay (G. de Vugt, 21-02-26) waarin werd verwezen naar Albert Camus. Hij schreef dat er geen woestijnen meer bestaan. Voor Camus was de woestijn een plek van dorre leegte, waar de mens zich kon terugtrekken om zich te zuiveren. Een plek om afstand te nemen van de wereld om haar beter te begrijpen.

“Om de wereld te begrijpen, moet men haar soms de rug toekeren: om beter in te kunnen staan voor de mensen, moet men hen soms een ogenblik op afstand houden.”

Die woorden bleven bij me hangen.

Misschien was dat wat wij niet hadden gedaan. We hadden geen woestijn gecreëerd. Geen tussenruimte waarin het conflict kon bezinken. En mogelijk zochten we daarom alsnog de lange wandeling op die we niet hadden gemaakt en kwamen we elkaar daar onbewust tegen om elkaar, even buiten het werksysteem en de werkrollen, als mens te zien.

Voor Camus was de woestijn de plek waar de mens zichzelf weer ontmoet, ontdaan van rollen, ruis en reflexen. Een plek waar projecties oplossen omdat er niets is om ze op te projecteren.

In organisaties bestaan nauwelijks nog woestijnen. Agenda’s vullen zich onmiddellijk. Mailboxen laten geen leegte toe. In organisaties wordt spanning vaak óf onder het tapijt geveegd, óf onmiddellijk “gefixt”. Beide strategieën vermijden de woestijn. Maar zonder tijdelijke afstand geen helderheid. Zonder leegte geen zuivering van projecties.

Ook wij zagen door de drukte ons bedrijf de pauzes verdwijnen en was er steeds minder tijd geweest voor afzondering en contemplatie. En zelfs onze heidag hadden we nu ingeleverd ter wille van de efficiëntie. Mogelijk gebeurde dit ook door het toenemende werk in organisaties waar we deze woestijnen ontbreken en was deze dynamiek in onze organisatie binnengeslopen.

Het reparerende gesprek
In het boscafé draaide ik me half om en zei dat het gek was elkaar hier zo tegen te komen. Dat vond mijn collega ook en hij stelde voor om er de volgende dag tijd voor te maken.

Dat voorstel was misschien onze kleine woestijn. Een afgebakende ruimte waarin we het conflict niet hoefden te bevechten, maar konden onderzoeken. De dag erna gingen we zitten, zonder takenlijst en met tijd en ruimte. We spraken uit waar we ons niet gezien voelden. Wat we nodig hadden gehad.

Langzaam gebeurde wat in psychodynamische termen mentaliseren heet: we konden niet alleen ons eigen perspectief voelen, maar ook dat van de ander denken.

De afstand had iets gezuiverd.

We konden weer naast ons eigen belang ook dat van de ander zien. Het conflict bleek geen bewijs van onverenigbaarheid, maar een signaal dat er druk en spanning was ontstaan op het systeem

De beweging
Volgens het artikel is de woestijn bij Camus minder een geografische plek dan een ervaring. Een innerlijke ruimte van terugtrekking en reflectie. Op de Veluwe zaten we eerst letterlijk rug aan rug. We keerden elkaar de rug toe. Niet om te ontlopen, maar om te kunnen zien.

Misschien is dat wat professionele volwassenheid vraagt: de moed om afstand te nemen zonder de relatie te verbreken. Een pas op de plaats wanneer het schuurt. Zonder leegte geen zuivering van projecties. In de leegte zie je wat van jou is en wat van de ander.

Een woestijnmoment.

Zodat je daarna weer tegenover elkaar kunt zitten. Niet als tegenstanders, maar als mensen die beseffen dat verschil erbij hoort.