Ik besloot een solotocht in de bergen te maken – een lang gekoesterde wens. Eerder koos ik toch steeds voor gezelschap: gezellig, vertrouwd, en veiliger. Maar nu voelde het als het juiste moment om alleen met rugzak en tent op pad te gaan.
Ik voelde de opwinding, maar ook de spanning. Vlak voor vertrek drong zich een angst op die veel vrouwen kennen: de angst voor de ‘enge man’. Wat als ik een man tegenkom die kwaad wil? Het beeld was concreet: verkrachting, moord. Ik dacht terug aan die keer in IJsland, toen mijn vriendin en ik s’ nachts de deur van de hut barricadeerden. Niet door wat er was, maar door wat er zou kunnen zijn.
Diezelfde vrees hield me eerder tegen om alleen in een tent te slapen. Maar hoe reëel is die angst eigenlijk? Gevoelsmatig is de kans op geweld in de natuur kleiner dan in de stad. En met het ouder worden neemt ook het risico af: jonge vrouwen zijn verreweg het vaakst slachtoffer van seksueel geweld. Maar zelfs met dat besef verdwijnt de angst niet helemaal. De dreiging van mannelijk geweld is een realiteit waar vrouwen hun levens omheen vormen; in keuzes over routes, kleding, gedrag, tijdstippen, gezelschap. Zelfs in de bergen, waar de wereld verstilt, echoot die realiteit mee.
En toch voelde ik dat er nóg iets speelde: dat de angst ook een manier was om andere spanningen niet onder ogen te hoeven zien.
De enge man als projectie
Vanuit systeem-psychodynamisch perspectief is angst niet alleen maar angst voor het objectieve gevaar. Vaak is het ook een interne realiteit — een projectie van iets wat moeilijk te verdragen is. De ‘enge man’ is dan niet alleen een drager van reëel geweld, maar ook een symbool van iets anders dat zich in de psyche afspeelt.
Ik denk dat de echte spanning in deze solotocht ging over mijn autonomie. Het alleen zijn, zelf de moeilijke passages lopen en steile afdalingen doen, zonder afhankelijkheid, zonder ‘de ander’: dat was de werkelijke spanning die ik voor mijn vertrek voelde.
De enge man als archetypisch figuur
De enge man kun je ook zien als een archetypische figuur die vrouwelijke autonomie bedreigt, niet alleen fysiek, maar ook psychisch. Hij belichaamt het risico van wat er kan gebeuren als je als vrouw je ruimte opeist. Als je zegt: “ik ga alleen.” Niet zelden roept dat spanningen op, niet alleen in jezelf, maar ook in je omgeving.
Mijn vriend was heel steunend toen ik mijn plannen deelde. Hij gaf me alle ruimte, en ik voelde me vrij om deze tocht alleen te maken. Toch merkte ik bij terugkeer iets op dat me raakte. Op een moment benoemde mijn vriend terloops dat zijn solotocht twee jaar eerder uitdagender was geweest. Zwaarder. Alsof mijn ervaring moest worden afgezet tegen de zijne. Alsof mijn zelfstandige prestatie alsnog gewogen moest worden op een weegschaal die niet helemaal neutraal aanvoelde.
In het licht van de psychodynamiek is dit geen toeval. Autonomie van vrouwen wordt zelden zonder frictie ontvangen, zelfs niet in liefdevolle, veilige relaties. Juist subtiele reacties als deze laten zien hoe diep culturele en psychologische patronen verankerd zijn. De enge man hoeft niet per se letterlijk aanwezig te zijn om zijn invloed te doen gelden; hij verschijnt ook in sociale dynamieken waarin vrouwelijke autonomie (onbewust) wordt gerelativeerd, verkleind of vergeleken.
Het zijn die momenten van twijfel, correctie of competitie waarin duidelijk wordt dat alleen gaan als vrouw nog altijd geen neutrale keuze is. En dat de tocht die je aflegt, fysiek én psychisch, niet alleen door bergen maar ook door lagen van sociale verwachting en innerlijke loyaliteiten voert.
De bergtocht als spiegel
De bergen zijn hierin niet zomaar een decor, maar ook een spiegel. In de verlatenheid en de stilte kom je jezelf tegen. Niet de ‘enge man’, maar de ‘innerlijke delen’— kritische stemmen, kwetsbare delen, afgesplitste angsten. Daar, in de fysieke afzondering, begint ook een psychisch avontuur. En dan blijkt de echte spanning misschien niet te gaan over geweld van buitenaf, maar over de ontmoeting met jezelf.
Ik liep die tocht uiteindelijk. Alleen. Met mijn rugzak, mijn tent, mijn benen. De enge man ben ik niet tegengekomen. Wel de spannende passages in de bergen, steile afdalingen en tijdens onweer slapen in mijn tent. En vooral genieten van het lopen door een prachtig landschap en en het tot verstilling komen in mezelf. En het werkt nog steeds in me door: het besef dat ik iets gedaan heb wat lange tijd te spannend leek en waar ik me verrassend goed en comfortabel in voelde.

