De hele dag zorgen voor twee jonge kleinkinderen! De hele dag! Helemaal alleen!
Ik zag er tegenop en werd al moe bij de gedachte hoelang de dag zou duren. Ik werd overladen met tips en adviezen over wat ik kon doen. Maar het vooruitzicht van een lange dag met niets dan twee jonge kleinkinderen grijpt me aan. Bang als ik was dat ze zich gaan vervelen, dat ze ’s avonds thuis zouden zeggen: het was saai bij opa. Nee, ik ben liever de Jazuster – Neezuster opa: samen naar de apies kijken en samen op avontuur gaan. Dat ideaal voelde ver weg.
Mijn opa
Ineens kwam het beeld van een van mijn kinderfoto’s bij me op. Ik denk dat ik twee jaar ben en ik zit in een zinken teil op een balkon, beetje huilen, terwijl mijn opa er op een klein krukje vriendelijk naast zit met een sigaar in zijn mond en niets doet. Een klein Rotterdams balkon en in deze kleine ruimte kon er verdriet en rust naast elkaar zijn.
Ik besloot ook op een krukje te gaan zitten (zonder sigaar) naast de kleinkinderen en niet zoveel te doen. Gewoon er zijn, al mijn wensen voor efficiënt tijdgebruik los te laten en af te wachten. Beschikbaar te zijn. Rust in mezelf en de kinderen de ruimte geven om te laten komen wat er komt. Het lukte me zelfs de telefoon niet als afleiding te gebruiken en in stilte te luisteren, aansluiting te vinden en mee te resoneren met het geluid en leven van de kinderen, de tuin, de vogels.
Rêverie
Het gevoel leek sterk op de wijze waarop ik mijn werk als consultant kan doen. Erbij zitten, in rêverie (een open positie van nieuwsgierig niet weten), luisteren, kijken en ervaren. Een toestand die helpt om liefdevolle aansluiting te kunnen vinden bij de vaak onbewuste, innerlijke gevoelens en dynamieken in de groep en de leden van de groep. En vanuit deze positie komen er gedachten en gevoelens bij mij op over de groep en de leden van de groep, die ik van betekenis voorzie en probeer in overzichtelijke, behapbare en verteerbare brokken terug te geven. Liever niet persoonlijk en op een manier waardoor er onderzoek mogelijk is. De dynamieken in de groep en in de personen krijgen dan woorden en betekenis wat soms helpt om stappen te zetten, moeilijke gevoelens te aanvaarden of pijnlijke realisaties onder ogen te kunnen zien. Het is een ruimte waarin ervaren kan worden en waarin vanuit ervaring door de deelnemers geleerd kan worden over dat wat er is, maar wat nog geen woorden of vorm had gekregen.
Mijn stijl van werken als consultant is beïnvloed door wat ik gezien heb bij andere consultants en van al deze consultants kon ik leren. Misschien was wel de belangrijkste les dat ik niet iets wat ik bewonderde ging nadoen, maar dat ik mijn eigen stijl ontwikkelde. Ik leerde vooral los te laten wat ik dacht dat een consultant zou moeten zijn en wat deze zou moeten doen. Ik leerde in rêverie bij mezelf te zitten en te aanvaarden wat er is en te aanvaarden wie ik ben als consultant en welke projecties ik krijg.
Leiderschap
Als ik denk aan de tijd dat ik leiding gaf aan teams en groepen, dan speelde hetzelfde mechaniek: van al mijn leidinggevenden had ik gezien hoe zij het deden, ik had mijn oordelen, mijn meningen en ik ging het beter doen. Ook heb ik van ze geleerd en sommige wilde ik nadoen. Maar ook hier gold dat ik mijn eigen stijl en weg moest vinden in de rol als leidinggevende. Ik moest mijn leiderschap vinden, maken en nemen.
Tegenwoordig neem ik het beeld van mijn opa op zijn krukje mee. Aanwezig, beschikbaar, niet te veel willen doen, met een symbolische sigaar in mijn hoofd en met glimmende oogjes achter mijn brillenglazen. Ik ben beschikbaar voor mijn taak, ik voel me vriendelijk van binnen en leef mee, terwijl ik ook afstand houd en beschouw wat er gebeurt. Ik laat de gevoelens en emoties er zijn, zonder dat ik ze wil oplossen; nieuwsgierig naar wat het betekent.
En zo leer ik ook over opa zijn en de manier waarop ik die rol invul: niet de ideale ja-zuster – nee-zuster opa, maar ik als opa in de lijn van mijn familie. En met de kleinkinderen in mijn tuin? Er was een wonderlijke werking die dag. Ze speelden met van alles; alleen en met elkaar. Soms was er ruzie, soms een huilbuitje en vaak plezier en ontdekkingen. Soms kwam ik van mijn krukje af om te troosten, te verschonen of te begeleiden of mee te spelen. We gingen op stap en we bleven thuis. En het mooiste was: ik genoot, van – en op mijn krukje, van alle dingen die ik misschien hetzelfde en misschien heel anders doe dan mijn opa. Ik vond mijn rol.

